|
De stad Rotterdam streeft naar een meer metropolitaan karakter.
Na sluiting van de winkels is het centrum van de stad vrijwel
uitgestorven. Verhoging van de woningdichtheid zou meer levendigheid
moeten brengen.
Een mogelijkheid om een hoge woningdichtheid in het bestaande
stadscentrum te realiseren is hoogbouw. Wij hebben daarom
onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor hoogbouw op een
braakliggend stuk terrein nabij het Hofplein. Momenteel wordt
deze locatie sterk doorsneden door de trein die hier vanuit
een tunnel boven de grond komt.
Het ontwerp dat wij voor deze locatie hebben gemaakt omvat
twee torens van 140 en 260 meter op een lagere basis. Het
geheel staat op een verhoogd plein dat over de spoorbaan is
gelegd. In de uitwerking hebben wij ons voornamelijk bezig
gehouden met de hoogste toren van 260m.
In het ontwerp is gekozen voor een menging van functies zodat
het gebied 24 uur per dag in beweging blijft. Tussen de twee
torens zit in de basis een atrium met rondom kleine winkels,
horecagelegenheden en dergelijke. In de onderste verdiepingen
van de torens zitten grotere winkels. Verder zitten er rondom
het plein woningen in de laagbouw. In de kleinste toren zitten
kantoren, evenals in de onderste helft van de hoogste toren.
De bovenste helft van de hoogste toren is bestemd voor woningen.
Het gebouw van 260m heeft een maximale slankheid van 1:8 gekregen.
Voor de constructie is gekozen voor een stalen gevelbuis met
een betonnen kern. Hiermee wordt een maximale vrijheid in
de plattegrond verkregen.
Voor het gebouw is een dubbele gevel ontworpen. Het buitenblad
is van enkel glas met aluminium kozijnen, dit is de primaire
regen- en windkering. Het binnenblad is van dubbelglas met
houten kozijnen en is de eigenlijke klimaatscheiding. Tussen
beide bladen zit een spouw die wordt geventileerd met buitenlucht.
Via te openen delen in het binnenblad kan de achterliggende
ruimte natuurlijk worden geventileerd. Tevens bestaat de mogelijkheid
voor de woningen de spouw plaatselijk te verbreden, zodanig
dat in de spouw een soort loggia ontstaat.
De stalen gevelconstructie staat in de spouw en steekt door
het buitenblad heen, zodat de constructie goed zichtbaar is
in het gevelbeeld. De gevel krijgt hiermee een sterke geleding.
De bovenste verdieping van het gebouw is een panoramaverdieping.
De gevel is hier enigszins teruggelegd, de overgang is afgewerkt
met een schuine metalen kap. Het gebouw krijgt hierdoor een
duidelijke beëindiging.
Projectarchitect: ir. H.J. van Gulik
|